Het schieten en de oorlog

Het schieten

Tot direct na de oorlog werd de koningsvogel geschoten; een aantal schutters schoot, in een halve boog staande, tegelijkertijd met hun eigen geweer op de vogel.
Omwille van diverse veiligheidsvoorschriften -Bingelraadse schutters waren met geladen geweer aangehouden- moest voor dit schieten na de oorlog de zware buks gebruikt worden. Amstenrade beschikte al langer over een zware buks voor het concoursschieten. In 1933 werd een buks gekocht van de Duitser Frings te Venlo voor ƒ 600,=.
Eerder was er een Halbach-geweer.

De oorlog

In de oorlog ging de schutterij niet op in de Kulturkammer en mocht zij haar activiteiten niet voortzetten.
De uniformen werden bij eenieder in de kast bewaard; de geweren en de zware buks werden ingeleverd en zijn door Jeup Offermans op de gemeente verborgen onder een vloer.
In Amstenrade in het kasteel huisde echter graaf Maximilianus (Max.) de Marchant et d’Ansembourg, die tijdens de oorlog de NSB-gouverneur van Limburg was.
Hij staat in de herinnering als een daadkrachtig man, tevens oud-burgemeester.
De goede binding tussen de schutterij en het kasteel brak de schutterij na de oorlog op.

Opbouw na de oorlog

Na de oorlog was nog slechts een handjevol actieve schutters over. Ze beleefden moeilijke jaren, de schutterij was bijna “op de vot”. Maar de doorzetters uit die jaren hielden de schutterij toch op been; onder die doorzetters bevonden zich deze drie veteranen. Zij begonnen op tal van manieren geld bijeen te sparen voor nieuwe uniformen. Hiervoor werd van alles georganiseerd: “auwwiever­bal”, erwtensoep eten, kegelen, windbuksschieten en mosselavonden. Al sinds 1946 tot heden (2000) toe organiseert Wiel Kruitwagen kienavonden. In 1948 kwam een lichte kentering: via een kennis van het kasteel werden Amerikaanse uniformen bemachtigd en er werd een nieuw bestuur gevormd met Sjang Creemers als voorzitter, Cep Roberts als secretaris en Wiel Kruitwagen zou op dat moment zijn start maken als penningmeester, tot heden toe (2002).